De familie Cusiné is in 2005 aan een nieuw project begonnen. Na de wijn zoals Gratavinum (in Priorat) besloten ze naar Ribera Del Duero te trekken, in de voetstappen van hun voorouders. Om te slagen in dit project kozen ze voor wijngaarden die in staat zijn om het beste van zichzelf te geven. De oude wijnstokken verspreid over dit gebied worden bewerkt door plaatselijke boeren, zij doen dit puur organisch. In de kelder van de familie streven ze naar één doel: het karakter van de plaatselijke Tinto Fino te vertalen en te omarmen. Met behulp van de beste gronden in de regio en respect voor de traditionele techniek is het drinken van deze wijn een les in geschiedenis.